dinsdag 15 september 2009
Onder Zimbabwanen
Zondag 13 september
Nathalie en ik logeren een aantal dagen bij Brian (Zimbabwaan) en zijn vrouw Marleen (Nederlandse en schoolvriendin van Nathalie). Boodschappen doen is geen eenvoudige taak. Yoghurt is er niet, ook geen kaas: zou misschien vrijdag wel komen (niet dus). En als één winkel het niet heeft, dan is het in de hele stad niet te vinden: er is maar één leverancier. Gelukkig vonden we nog wel een (één) pak langhoudbare melk. Aan eieren geen gebrek en ook is er voldoende bier te koop. Tomaten kopen we onderweg en we slaagden er ook in wat vlees te bemachtigen.
We zijn een avondje naar de stamkroeg van Brian en Marleen gegaan. Natuurlijk buiten. Een bar, vele banken en stoelen, hangmatten, je kunt er ook een cabin huren (voor de backpackers) en pizza bestellen. Die met vlees hebben we direct terug gegeven. Was bedorven. Die met kaas en champignons was overheerlijk. Vrijdagavond naar een feestje dat voor ons is georganiseerd. Iedereen neemt zelf eten en drinken mee. Brian heeft brood gebakken. Nathalie en Marleen hebben een verrukkelijke kipstoofpot gemaakt en ik mijn favoriete gevulde eieren. Het feest was in het prachtige huis van twee homo’s. Verboden hier, streng verboden! In de loop van de avond kwam het idee op om de volgende dag met zijn allen te gaan picknicken in het nationaal park, aan de Zimbabwe. Werkelijk een belevenis. Zo’n 20 kilometers het nationaal park in en dan daar eerst in de schaduw de restjes van de vorige dag gegeten. Daarna met zijn allen naar een eilandje gewaad door de snelstromende rivier. Daar lekker in het water liggen (in badpak of gewoon met je kleren aan, ik koos voor het laatste). Fantastische belevenis. Midden in de wildernis, in de verte gespuit van de nijlpaarden, kijken naar de visjes die uit het water springen en zorgen dat je vlak bij een stroomversnelling blijft ivm de krokodillen. En ik was niet eens bang. Daarna naar het huis van de twee jongens die over een gigantische hoeveelheid verkleedkleren bleken te beschikken. Iedereen heeft zichzelf zeer extravagant gekleed, met pruiken, boa’s en sigarettenpijpjes. Op naar het plaatselijke hotel (die van de te voren geïnformeerd waren over onze komst en dat het een ‘verkleedfeestje’ zou zijn. Is hier een normaal gebeuren). Met de jongens gesproken over de mogelijkheid om een gay parade te houden in Vic Falls. Ze voelen er wel voor, als het maar niet zo heet. Een parade in verkleedkleren waar zowel hetero’s als homo’s aan mee zouden doen. Met een goed doel. En dan langzaam aan – als het geaccepteerd is – meer de nadruk op ‘gay’. Toen ik aangaf dat we er wel een project via de Nederlandse ambassade van kondaar een andere versie dan de mijne.
Willemien
Nathalie en ik logeren een aantal dagen bij Brian (Zimbabwaan) en zijn vrouw Marleen (Nederlandse en schoolvriendin van Nathalie). Boodschappen doen is geen eenvoudige taak. Yoghurt is er niet, ook geen kaas: zou misschien vrijdag wel komen (niet dus). En als één winkel het niet heeft, dan is het in de hele stad niet te vinden: er is maar één leverancier. Gelukkig vonden we nog wel een (één) pak langhoudbare melk. Aan eieren geen gebrek en ook is er voldoende bier te koop. Tomaten kopen we onderweg en we slaagden er ook in wat vlees te bemachtigen.
We zijn een avondje naar de stamkroeg van Brian en Marleen gegaan. Natuurlijk buiten. Een bar, vele banken en stoelen, hangmatten, je kunt er ook een cabin huren (voor de backpackers) en pizza bestellen. Die met vlees hebben we direct terug gegeven. Was bedorven. Die met kaas en champignons was overheerlijk. Vrijdagavond naar een feestje dat voor ons is georganiseerd. Iedereen neemt zelf eten en drinken mee. Brian heeft brood gebakken. Nathalie en Marleen hebben een verrukkelijke kipstoofpot gemaakt en ik mijn favoriete gevulde eieren. Het feest was in het prachtige huis van twee homo’s. Verboden hier, streng verboden! In de loop van de avond kwam het idee op om de volgende dag met zijn allen te gaan picknicken in het nationaal park, aan de Zimbabwe. Werkelijk een belevenis. Zo’n 20 kilometers het nationaal park in en dan daar eerst in de schaduw de restjes van de vorige dag gegeten. Daarna met zijn allen naar een eilandje gewaad door de snelstromende rivier. Daar lekker in het water liggen (in badpak of gewoon met je kleren aan, ik koos voor het laatste). Fantastische belevenis. Midden in de wildernis, in de verte gespuit van de nijlpaarden, kijken naar de visjes die uit het water springen en zorgen dat je vlak bij een stroomversnelling blijft ivm de krokodillen. En ik was niet eens bang. Daarna naar het huis van de twee jongens die over een gigantische hoeveelheid verkleedkleren bleken te beschikken. Iedereen heeft zichzelf zeer extravagant gekleed, met pruiken, boa’s en sigarettenpijpjes. Op naar het plaatselijke hotel (die van de te voren geïnformeerd waren over onze komst en dat het een ‘verkleedfeestje’ zou zijn. Is hier een normaal gebeuren). Met de jongens gesproken over de mogelijkheid om een gay parade te houden in Vic Falls. Ze voelen er wel voor, als het maar niet zo heet. Een parade in verkleedkleren waar zowel hetero’s als homo’s aan mee zouden doen. Met een goed doel. En dan langzaam aan – als het geaccepteerd is – meer de nadruk op ‘gay’. Toen ik aangaf dat we er wel een project via de Nederlandse ambassade van kondaar een andere versie dan de mijne.
Willemien
vrijdag 11 september 2009
Lastige zaken
Dit blog gaat over de reis van de Doopsgezinde Zending om de nieuw ontwikkelde cursus over de Jozef-verhalen aan te bieden (zie ook het linkerpanel), maar ook over de aparte trips die leden van de delegatie vervolgens gemaakt hebben. Tot nu toe is weinig aandacht besteed aan de kleine en grote minder prettige kanten van Zambia en Zimbabwe.
Allereerst de tsetse vlieg. Daar hebben we vooral in de bush erg veel last van gehad. Het is een soort steekvlieg die de slaapziekte overbrengt. Je kunt je er niet echt tegen beschermen, alleen maar zorgen dat je niet gestoken wordt. Maar zodra je ergens stopt vliegen ze de auto in. Inspuiten met Deet of Dettol helpt niet of nauwelijks. Bij de ingang van een kamp staat vaak een flacon met dettol waarmee je de hele auto moet inspuiten. Men zegt wel dat de slaapziekte niet meer heerst, maar dat is meer wishful thinking. Waar we in het begin niet zoveel last van hadden waren de muggen. Dat wordt nu dubbel en dwars goedgemaakt. Muggen zijn de overbrengers van malaria. Inspuiten helpt redelijk en een klamboe is een must. Vandaag gaan we het huis waar we nu verblijven uitroken…
En tot slot is daar de hitte. In Kitwe was de temperatuur aangenaam, zo’n 25*. En ’s avonds trokken we een trui aan. Hier is het vanaf een uur of 12 tot een uur of 5 bijna 40*, en dat is niet meer prettig. Vreemd genoeg kennen ze hier geen siësta. Ook vind ik het merkwaardig dat de meeste Afrikanen geen hoed of zo dragen. In de Aziatische landen zie je iedereen met hoed…
Malaria is doodsoorzaak nummer 1, op de voet gevolgd door Aids. Merkwaardig genoeg zie je nergens iets over Malaria, maar in Zambia zie je zodra je in de bewoonde wereld komt grote borden met voorlichting: “Aids discrimineert niet, discrimineer dus niet” en “Aids kan worden voorkomen, onthoud je of vrij veilig”. Er zijn ook andere grote voorlichtingscampagnes: tegen kindermishandeling en tegen huiselijk geweld. Die laatste campagne komt erg overeen met die in Nederland: “geweld is niet gewoon, zoek hulp”.
En dan is er natuurlijk de armoede en de honger. In het noorden, rond Kitwe viel het nog mee, maar zodra we wat afzakte zagen we kinderen met van die bolle buiken, ontstoken ogen enz. Er werd ons steeds dringend afgeraden om de kinderen wat te geven. Ze moeten leren dat bedelen niets oplevert, maar iets verkopen wel. We hebben daarom maar heel vaak wat bananen, wat nootjes of zo aan de kant van de weg gekocht. Bij die een zakje en bij een ander een zakje. En dan geen wisselgeld terugvragen. Wij verblijven nu in Zimbabwe in een huis met een golfplaten dak. De hele buurt heeft dezelfde huizen. Waar wij wonen is indertijd een kamer bijgebouwd. En er wonen twee mensen. In de andere huizen wonen twee of soms drie gezinnen. Niemand heeft maar een baan. Gisteravond was er even een buurvrouw op bezoek. Haar man is een jaar of vier geleden naar Zuid Afrika gegaan. Normaal sturen de mannen dan af en toe geld. Hij niet. Ze heeft drie kinderen, een baan in een winkel, ze had net een partij lakens op de kop getikt en ging die verkopen, was in haar vrije tijd counselor voor de kerk en leidde daar ook de gebedsavonden. Zo is het eigenlijk met iedereen: je doet een beetje van dit en een beetje van dat. Wees niet afhankelijk van één baan. Eigenlijk hetzelfde wat we vroeger op school bij aardrijkskunde leerden: een monocultuur is niet goed.
Willemien
Allereerst de tsetse vlieg. Daar hebben we vooral in de bush erg veel last van gehad. Het is een soort steekvlieg die de slaapziekte overbrengt. Je kunt je er niet echt tegen beschermen, alleen maar zorgen dat je niet gestoken wordt. Maar zodra je ergens stopt vliegen ze de auto in. Inspuiten met Deet of Dettol helpt niet of nauwelijks. Bij de ingang van een kamp staat vaak een flacon met dettol waarmee je de hele auto moet inspuiten. Men zegt wel dat de slaapziekte niet meer heerst, maar dat is meer wishful thinking. Waar we in het begin niet zoveel last van hadden waren de muggen. Dat wordt nu dubbel en dwars goedgemaakt. Muggen zijn de overbrengers van malaria. Inspuiten helpt redelijk en een klamboe is een must. Vandaag gaan we het huis waar we nu verblijven uitroken…
En tot slot is daar de hitte. In Kitwe was de temperatuur aangenaam, zo’n 25*. En ’s avonds trokken we een trui aan. Hier is het vanaf een uur of 12 tot een uur of 5 bijna 40*, en dat is niet meer prettig. Vreemd genoeg kennen ze hier geen siësta. Ook vind ik het merkwaardig dat de meeste Afrikanen geen hoed of zo dragen. In de Aziatische landen zie je iedereen met hoed…
Malaria is doodsoorzaak nummer 1, op de voet gevolgd door Aids. Merkwaardig genoeg zie je nergens iets over Malaria, maar in Zambia zie je zodra je in de bewoonde wereld komt grote borden met voorlichting: “Aids discrimineert niet, discrimineer dus niet” en “Aids kan worden voorkomen, onthoud je of vrij veilig”. Er zijn ook andere grote voorlichtingscampagnes: tegen kindermishandeling en tegen huiselijk geweld. Die laatste campagne komt erg overeen met die in Nederland: “geweld is niet gewoon, zoek hulp”.
En dan is er natuurlijk de armoede en de honger. In het noorden, rond Kitwe viel het nog mee, maar zodra we wat afzakte zagen we kinderen met van die bolle buiken, ontstoken ogen enz. Er werd ons steeds dringend afgeraden om de kinderen wat te geven. Ze moeten leren dat bedelen niets oplevert, maar iets verkopen wel. We hebben daarom maar heel vaak wat bananen, wat nootjes of zo aan de kant van de weg gekocht. Bij die een zakje en bij een ander een zakje. En dan geen wisselgeld terugvragen. Wij verblijven nu in Zimbabwe in een huis met een golfplaten dak. De hele buurt heeft dezelfde huizen. Waar wij wonen is indertijd een kamer bijgebouwd. En er wonen twee mensen. In de andere huizen wonen twee of soms drie gezinnen. Niemand heeft maar een baan. Gisteravond was er even een buurvrouw op bezoek. Haar man is een jaar of vier geleden naar Zuid Afrika gegaan. Normaal sturen de mannen dan af en toe geld. Hij niet. Ze heeft drie kinderen, een baan in een winkel, ze had net een partij lakens op de kop getikt en ging die verkopen, was in haar vrije tijd counselor voor de kerk en leidde daar ook de gebedsavonden. Zo is het eigenlijk met iedereen: je doet een beetje van dit en een beetje van dat. Wees niet afhankelijk van één baan. Eigenlijk hetzelfde wat we vroeger op school bij aardrijkskunde leerden: een monocultuur is niet goed.
Willemien
In de bush en op naar Zim
Na de relatieve bewoonde wereld van Itezhi Tezhi zijn we voor de laatste keer de bush ingegaan. De weg was relatief goed. Soms konden we wel 25 of 30 km per uur (maar nooit langer dan een minuut of vijf!). Tijdens deze laatste twee dagen hebben we behalve olifanten en kudu’s geen groot wild meer gezien. Wel prachtige vogels, verschillende soorten herten, apen enz. De lodge in Nanzhila was weer heel anders, veel simpeler dan tot nu toe. Maar ook hier kregen we een eigen assistent, die het vuur aanmaakt, zorgt voor water en ook vaak adviezen kan geven over waar wild te zien is of hoe bepaalde dieren heten. De tweede dag kregen we een zachte band, dus maar doorgereden tot we weer in de bewoonde wereld kwamen. In Kalomo was gelukkig iets wat op een garage leek en waar ze lucht voor de band hadden. Na een lange en stoffige weg kwamen we in de echte bewoonde wereld: Livingstone. In een backpackers guesthouse konden we de tenten opzetten. Voor de laatste keer! De volgende dag geprobeerd geld op te nemen. Nou nee dus. Wisselen kon gelukkig wel. Daarna naar de grens. Een beleving apart. Eerst de Zambiaanse douane: stempel en klaar. Maar eigenlijk mag je niet met je eigen auto de brug over de Zambezi over (of je moet hem voor veel geld in Zimbabwe inklaren). We hadden een pick-up met vele koffers, tenten, potten en pannen. Dat wilden we overhevelen in twee taxi’s. Gelukkig kwam er een of andere slimme Zambiaan naar ons toe. Met zijn hulp toch met de eigen auto de grens over. Aan het einde van de brug, vlak voor de grens met Zimbabwe alle bagage eraf. Nathalie met de Zambiaan en de auto terug, naar het vliegveld om de auto in te leveren. Brian met twee koffers de grens over en met een taxi naar hun huis in Vic Falls. Daar de eigen auto opgehaald. In die tussentijd mocht Marleen heen en weer lopen om ALLE bagage de grens over te slepen. Ik ondertussen de formaliteiten voor de visa afgehandeld. Na 1 ½ uur kwam Nathalie terug en konden we de grens over lopen. Zimbabwe here we are! Op naar het prachtige huis van Brian en Marleen voor een verblijf van vier dagen. Met bezoeken aan een aantal projecten. Zondag gaan we hier naar de kerk. We zullen eerst contact opnemen met de dominee om te bekijken of we in de dienst iets over TEEZ mogen vertellen. Vast wel!
Willemien
Labels:
de reis gaat verder,
kennismaken met Zambia,
route,
TEE Zambia
donderdag 10 september 2009
Stenen en andere hardware


De laatste week van ons (Jonathan en Bart) verblijf in Zambia speelt zich af in North-Western Province, met name in en rond Zambezi en Chivombo. Chivombo is de geboorteplaats van Jonathan. Voor de kleine school daar is via de stichting http://www.chivombo.nl/ computer hardware aangeschaft. Een hele verrijking voor de leerkrachten en de leerlingen. Vooral de Encyclopedie programma's op de PC trekken de aandacht en interesse. Daarnaast is het de bedoeling een kleine kliniek te bouwen. Om een start te maken moeten 3000 bakstenen aangeschaft worden en naar het betreffende terrein vervoerd. Dat is een hele klus. Er worden genoeg bakstenen geproduceerd, maar vind maar eens de goede kwaliteit. Deze stenen worden gemaakt door een termietenheuvel af te graven+ de aarde uit die heuvel wordt nat gemaakt, in een mal gedaan, gedroogd en gebakken in een oven die ter plaatse van stene wordt opgebouwd. Uiteindelijk worden de geschikte stenen gevonden, onderhandeld over de prijs, en via een al eerder bestelde vrachtwagen vervoerd naar Chivombo. De jongeren en mannen van het dorp worden gecharterd om de vrachtwagen in en uit te laden. Alles gaat gepaard met gezang om de moed en de vaart er in te houden. Het is korter opgeschreven en gemakkelijker verteld dan het in de stressige en weerbarstige werkelijkheid gaat, maar het is gelukt. De stenen zijn er en het fundament kan gelegd worden.
Wat TEEZ betreft geburt er deze week niet zo heel veel. Wel worden nog een aantal contacten gelegd. Meest opmerkelijk is het contact met een RK priester die werkt op de missiepost van Chinyingi Mission. Hij is zeer geinteresserd in het materiaal en gaat contact opnemen met het Ecumenical Centre Mindolo. Wie weet wordt het ooit echt oecumenisch....!
Op de laatste dag hebben we nog een korte ontmoeting gehad met Andrew Muwowo op het winkelcentrum Manda Hill te Lusaka. Wij hadden het genoegen hem blij te maken met een bijdrage voor zijn project over de verdwijnende muziekcultuur. Omdat wij zeer gehaast waren om onze overige besognes af te ronden hebben wij hem maar zeer weinig ruimte gegund om zijn enthousiaste verhaal in de vorm van een college af te steken. Niettemin hebben we weer iets van hem geleerd. Een markante man die we niet snel zullen vergeten.
Dinsdagavond kwamen na een zeer voorspoedige reis op Schiphol aan. Dat wordt weer even wennen aan de temperatuur en het gewone leven. We laten maar in het midden welk leven gewoner is.....
Bart
Zambiaanse gastvrijheid
Donderdag 10 september
Tijdens het stukje vakantie in de bush hadden we nergens meer de mogelijkheid voor internetten. Ik schrijf dit als we al in Zimbabwe zijn, maar zal de draad oppakken midden in het nationale park. Zaterdag zijn we inderdaad naar een plek gegaan waar ijzer wordt gegoten. Er was een uiterst vriendelijke oude man die ons precies vertelde en liet zien hoe men in de ijzertijd ijzer smolt en daar eenvoudig gereedschap van maakte. De plek was ongeveer een eeuw geleden teruggevonden en men had gereconstrueerd hoe het toen gegaan moest zijn.
De volgende dag vroeg opgebroken. De eigenaar van de lodge had ons verteld dat er min of meer onderweg naar ons volgende kamp een mijn is waar o.a. aquamarijn en tourmalijn gewonnen wordt. De eigenares was tevens oprichtster (?) van de organisatie “Women in Mining”. We kregen een gids mee, een houtbewerker die de vorige dag – samen met een collega – op de fiets in vier uur van zijn woonplaats naar de lodge was gekomen om zijn houtsnijwerk te verkopen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat er gefietst kan worden, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Door hem mee te nemen hoefden ze niet met zijn tweeën op die ene fiets terug. Zij blij, wij blij. Na weer een prachtige tocht (we hadden het nooit zelf kunnen vinden) kwamen we bij de mijn. Ze waren via de radio al van onze komst op de hoogte gesteld en er was een warm welkom door Fiona, de nicht van “Madam” en een paar van de mijnwerkers. Omdat het zondag was werd er niet gewerkt, maar ze waren helemaal bereid om ons rond te leiden. En trots dat ze waren op ‘hun’ mijn en ‘hun’ Madam! Er was ook een klein kerkje waar normaal gesproken Madam preekte. Nu die er niet was, was er ook geen dienst gehouden. In de kerk hing o.a. een foto van een schilderij met Jezus aan het kruis, een gebroken glasplaat ervoor. Kerstversiering, nog niet uitgepakt, hing aan de muur… Helaas wist Fiona niets te vertellen over “Women in Mining”en er werkte alleen maar mannen… Later, in LIvingstone, zou het raadsel worden opgelost. Daar worden in een winkel de sierraden verkocht die gemaakt worden van de gewonnen stenen en de verkoopster daar kon ons vertellen dat er nogal wat van dit soort mijnen in handen van vrouwen zijn. Die werken samen om te zorgen dat de weduwen en wezen van de mijnwerkers verzorgd worden. Ze hebben bijv. een schooltje voor 200 wezen…
Daar het lunchtijd was bood Fiona aan voor ons op een heuvel een tafel neer te zetten zodat we daar onze lunch konden gebruiken. We hebben dat met beide handen aangepakt onder voorwaarde dat zij en de mijnwerkers die ons hadden rondgeleid mee zouden eten. We hadden een al klaargemaakte butternut bij ons! Na lang aandringen was dat akkoord en we hebben twee grote schalen met eten bereid. Veel te veel. Zo konden we met goed fatsoen flink wat eten achter laten. Al tijdens de maaltijd zagen we dat een van de mannen met zijn volle bord even naar een huisje liep. Ook daar hadden ze honger.
Bijzonder was dat we de vorige dag tijdens een tocht over de rivier een soort palmboom hadden gevonden waar olifanten de vruchten van eten. Een olifant was al langs gekomen en had er vruchten afgeschud. We hebben er een meegenomen, maar niemand (ook niet de bioloog Peter Ross, die toevallig in de lodge was) kon ons vertellen of het ook voor mensen eetbaar is. Sterker: de eigenaar van de lodge wilde niet dat wij hem bij onze tent hielden: hij moest in de fridge. De olifanten zouden er anders wel eens op af kunnen komen, de vrucht rook inderdaad sterk en zoet. Onze gids wist de volgende dag echter goed raad met de vrucht. Hij brak hem open en er kwam een soort geel mango vlees tevoorschijn. Ik vond het te draderig, maar Brian en de anderen vond het heerlijk.
Door naar Itezhi Tezhi. Nathalie zag een kerk van de Brethern in Christ, dat is de kerk die het nauwst verwant is aan de doopsgezinden. We zijn gestopt, men was bezig met een Bijbelcursus. Maar natuurlijk waren we van harte welkom. Na een gezamenlijk gebed hebben we afscheid genomen als goede bekenden. Al met al op deze zondag toch twee kerkbezoeken!
In het zelfde dorp zijn we ’s avonds uit eten gegaan. Een beleving apart. Nathalie maakte wat foto’s van de vrouwen die kookten. Grote pret dat ze zichzelf konden zien. Of ze hun moeder mochten halen, kon die ook op de foto. “Kleine olifant” was haar naam en ze wilde maar wat graag. Later kwam haar man ook. Of we de foto’s wilden opsturen: ze hadden een postadres. Dat bleek het adres van de kerk te zijn. Zo gaat dat in Zambia.
Willemien
Tijdens het stukje vakantie in de bush hadden we nergens meer de mogelijkheid voor internetten. Ik schrijf dit als we al in Zimbabwe zijn, maar zal de draad oppakken midden in het nationale park. Zaterdag zijn we inderdaad naar een plek gegaan waar ijzer wordt gegoten. Er was een uiterst vriendelijke oude man die ons precies vertelde en liet zien hoe men in de ijzertijd ijzer smolt en daar eenvoudig gereedschap van maakte. De plek was ongeveer een eeuw geleden teruggevonden en men had gereconstrueerd hoe het toen gegaan moest zijn.
De volgende dag vroeg opgebroken. De eigenaar van de lodge had ons verteld dat er min of meer onderweg naar ons volgende kamp een mijn is waar o.a. aquamarijn en tourmalijn gewonnen wordt. De eigenares was tevens oprichtster (?) van de organisatie “Women in Mining”. We kregen een gids mee, een houtbewerker die de vorige dag – samen met een collega – op de fiets in vier uur van zijn woonplaats naar de lodge was gekomen om zijn houtsnijwerk te verkopen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat er gefietst kan worden, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Door hem mee te nemen hoefden ze niet met zijn tweeën op die ene fiets terug. Zij blij, wij blij. Na weer een prachtige tocht (we hadden het nooit zelf kunnen vinden) kwamen we bij de mijn. Ze waren via de radio al van onze komst op de hoogte gesteld en er was een warm welkom door Fiona, de nicht van “Madam” en een paar van de mijnwerkers. Omdat het zondag was werd er niet gewerkt, maar ze waren helemaal bereid om ons rond te leiden. En trots dat ze waren op ‘hun’ mijn en ‘hun’ Madam! Er was ook een klein kerkje waar normaal gesproken Madam preekte. Nu die er niet was, was er ook geen dienst gehouden. In de kerk hing o.a. een foto van een schilderij met Jezus aan het kruis, een gebroken glasplaat ervoor. Kerstversiering, nog niet uitgepakt, hing aan de muur… Helaas wist Fiona niets te vertellen over “Women in Mining”en er werkte alleen maar mannen… Later, in LIvingstone, zou het raadsel worden opgelost. Daar worden in een winkel de sierraden verkocht die gemaakt worden van de gewonnen stenen en de verkoopster daar kon ons vertellen dat er nogal wat van dit soort mijnen in handen van vrouwen zijn. Die werken samen om te zorgen dat de weduwen en wezen van de mijnwerkers verzorgd worden. Ze hebben bijv. een schooltje voor 200 wezen…
Daar het lunchtijd was bood Fiona aan voor ons op een heuvel een tafel neer te zetten zodat we daar onze lunch konden gebruiken. We hebben dat met beide handen aangepakt onder voorwaarde dat zij en de mijnwerkers die ons hadden rondgeleid mee zouden eten. We hadden een al klaargemaakte butternut bij ons! Na lang aandringen was dat akkoord en we hebben twee grote schalen met eten bereid. Veel te veel. Zo konden we met goed fatsoen flink wat eten achter laten. Al tijdens de maaltijd zagen we dat een van de mannen met zijn volle bord even naar een huisje liep. Ook daar hadden ze honger.
Bijzonder was dat we de vorige dag tijdens een tocht over de rivier een soort palmboom hadden gevonden waar olifanten de vruchten van eten. Een olifant was al langs gekomen en had er vruchten afgeschud. We hebben er een meegenomen, maar niemand (ook niet de bioloog Peter Ross, die toevallig in de lodge was) kon ons vertellen of het ook voor mensen eetbaar is. Sterker: de eigenaar van de lodge wilde niet dat wij hem bij onze tent hielden: hij moest in de fridge. De olifanten zouden er anders wel eens op af kunnen komen, de vrucht rook inderdaad sterk en zoet. Onze gids wist de volgende dag echter goed raad met de vrucht. Hij brak hem open en er kwam een soort geel mango vlees tevoorschijn. Ik vond het te draderig, maar Brian en de anderen vond het heerlijk.
Door naar Itezhi Tezhi. Nathalie zag een kerk van de Brethern in Christ, dat is de kerk die het nauwst verwant is aan de doopsgezinden. We zijn gestopt, men was bezig met een Bijbelcursus. Maar natuurlijk waren we van harte welkom. Na een gezamenlijk gebed hebben we afscheid genomen als goede bekenden. Al met al op deze zondag toch twee kerkbezoeken!
In het zelfde dorp zijn we ’s avonds uit eten gegaan. Een beleving apart. Nathalie maakte wat foto’s van de vrouwen die kookten. Grote pret dat ze zichzelf konden zien. Of ze hun moeder mochten halen, kon die ook op de foto. “Kleine olifant” was haar naam en ze wilde maar wat graag. Later kwam haar man ook. Of we de foto’s wilden opsturen: ze hadden een postadres. Dat bleek het adres van de kerk te zijn. Zo gaat dat in Zambia.
Willemien
maandag 7 september 2009
Naar de kerk in Livingstone



De kerk van de United Church of Zambia in Livingstone waar we op onze laatste zondag in Zambia naar toe geweest zijn, is genoemd naar de eerste zendeling, die in Zambia gewerkt heeft: de Fransman Coillard. De dienst in de Coillard Memorial Church begon 'pas' om 8.30 uur. We zorgden dus dat we er om 8.00 uur waren. We werden bijzonder hartelijk ontvangen door de secretaris van de kerkeraad. De vele vrouwelijke TEEZ-tutors van deze gemeente waren naar een landelijke ontmoeting elders in Zambia, waar nieuwe tutors hun rode jas met witte sjaal zouden ontvangen als teken van bekwaamheid. Niet dat de kerk daardoor leeg was, want die raakte in de loop van het eerste uur van de dienst weer stampvol. De dienst bleek een jongerendienst te zijn met een grote inbreng van een uitstekend jongerenkoor (zie foto). Gelijktijdig met de medereisgenoten die nog in Kitwe waren en daar de Buchikerk bezochten (zie blogbericht hieronder), zaten wij net als zij als gasten voorin de kerk op het podium naast het koor. De sfeer was verschillend van die in St. Margareth's in Kitwe de vorige zondag: hier in L'stone werden we meer opgeroepen om met hart en ziel mee te doen. Bijzonder was dat speciaal voorafgaande aan de preek de kerkgangers met een vrolijk lied in de eigen taal en met handgeklap de reverend (Afke dus) staande toezongen en in dat gezang zich zelf aanspoorden om goed naar de preek te gaan luisteren. Sommigen stonden daarbij te dansen. Afke preekte over het verhaal van Jakob, die droomt over een ladder naar de hemel waarlangs engelen op- en neergaan (Gen.28: 10 – 22). Jakob werd daarin geduid als een mensenkind op zijn levensreis: komend uit een gecompliceerd verleden vol met bedrog, op weg naar een onzekere toekomst. In de droom werd zijn aardse leven verbonden met de hemel en met de Ene, die ons niet in de steek laat. De concentratie en het betrokken luisteren waren indrukwekkend voor ons Nederlanders, evenals het reageren op gedeelten van de preek met "Amen" en "Halleluja". Na de dienst stonden wij in de hal van de kerk en gaven een hand, vaak op Zambiaanse wijze, aan de lange rij van vele honderden kerkgangers die het kerkgebouw verlieten (zie foto). Ondertussen bleef het koor zingen en kwam als laatste dansend naar buiten. Wat een feest! Terwijl de volgende dienst begon, werden wij onthaald op thee en biscuits om bij te komen van de ruim twee uur durende dienst. Chris en Afke
Labels:
kennismaken met Zambia,
oecumene in zambia,
vieren
Abonneren op:
Posts (Atom)